|
Wat wordt er getest? In de zomermaanden (van mei tot september) zorgen de provincies voor regelmatige controles. Regelmatig worden op honderden plaatsen monsters genomen. Die monsters worden getest op colibacteriën; dit zijn darmbacteriën die zelf onschuldig zijn, maar een goede aanwijzing geven voor andere bacteriën waar je wel ziek van kunt worden. Er wordt niet getest op blauwalg en op virussen. Die kunnen wel ziektes verwekken, maar er zijn (nog) geen goede testen voor. Dat het Nederlandse zwemwater van goede kwaliteit is, zegt dus nog niet alles. Je moet toch allert zijn en letten op klachten als misselijkheid en diarree. Zorg er verder voor dat je geen water binnenkrijgt.
Wat kun je oplopen? Er kunnen veel verschillende soorten virussen en bacteriën in het water zitten, zoals bijvoorbeeld de salmonellabacterie of het hepatitisvirus. Je kunt er hoofpijn of darmproblemen van oplopen, maar meestal niks ernstigs. Blauwalgen vind je het meest bij hogere temperaturen, juist als mensen gaan zwemmen dus. Blauwalgen zijn eigenlijk bacteriën en ze drijven als een groenige drap op het water. Die drap bevat giftige stoffen: als je er per ongeluk een slok van neemt kun je last krijgen van misselijkheid, diarree en koorts. In het ergste geval kan zelfs schade aan de lever ontstaan. Huiduitslag kan ontstaan door een parasiet van watervogels. Het geeft rode bultjes die jeuken, maar na ongeveer een week verdwijnen ze vanzelf weer. De ziekte van Weil kan wel ernstig zijn: het is een acute leverontsteking die gepaard gaat met hoge koorts, spierpijn, hoofpijn en een stijve nek. De ziekte wordt overgebracht via de urine van ratten, die in wondjes of op slijmvliezen van de zwemmer kan komen. Botulisme komt vooral voor bij watervogels en vissen. Als dode dieren te lang in het water blijven liggen kunnen mensen ermee besmet raken, maar dit gebeurt maar zelden.
Voorkomen en risico van blauwalgen Blauwalgen kunnen bij warm weer in het water ontstaan. Ze komen vooral voor in zoet, stilstaand water van vijvers, maar ook in zwemplassen. Drijvend aan het wateroppervlak vormen ze een laag die op olie lijkt. Als de laag dikker wordt en de algen minder ruimte hebben, gaan ze afsterven. Blauwalg vormt dan een groenachtige, stinkende brei. Bij het afsterven produceert blauwalg toxische stoffen, die schadelijk kunnen zijn voor mens en dier. Deze komen altijd via de mond het lichaam van een organisme binnen, van blootstelling via de huid is geen sprake.
Gezondheidseffecten van blauwalgen besmetting Vanwege de productie van giftige stoffen is blauwalg schadelijk voor de gezondheid. Gezondheidseffecten komen het meeste voor bij kleine kinderen, omdat deze tijdens het zwemmen veel water binnenkrijgen. De verschijnselen van blauwalg-besmetting worden zichtbaar twaalf uur nadat er gezwommen is. De symptomen van blauwalg-besmetting zijn nogal uiteenlopend: hoofdpijn, huiduitslag op armen of benen, maagkramp, misselijkheid, braken, diarree, koorts, een pijnlijke of rode keel, oorpijn, oogirritaties, lopende neus of gezwollen lippen. Zwemmers die de blauwalgen binnenkrijgen, kunnen maag- en darmstoornissen ondervinden. De verschijnselen houden ongeveer vijf dagen aan en verdwijnen vanzelf.
Advies omtrent blauwalgen Er moet wel rekening mee worden gehouden, dat dezelfde verschijnselen ook door andere bacteriën veroorzaakt kunnen worden, vandaar dat altijd de huisarts geraadpleegd moet worden. Door gemeentes wordt geadviseerd niet in gemeentelijke wateren te zwemmen, zodra blauwalg is geconstateerd.
(bronnen: Lenntech, Achmea Health, Ministerie van VROM) |